Restauratie

Aelbert Cuyp's Rivierlandschap met koeien en herders

Het Rivierlandschap met koeien en herders van de Dordtse schilder Aelbert Cuyp keerde – na meer dan 250 jaar – terug naar de plaats waar het is gemaakt. Het werk wordt gerestaureerd in het Dordrechts Museum in de aanloop naar de tentoonstelling In het licht van Cuyp. Op deze pagina houden wij u op de hoogte van de vorderingen van de restauratie, vertellen wij u meer over het restauratieproces en over achtergronden bij het schilderij.

6 juli 2020

De randen van het schilderij zijn niet zo fraai. Aan de rechter rand zijn, door hun donkere kleur, de retouches duidelijk herkenbaar, die al op de UV opname zichtbaar waren (zie 23 maart). Ze losten slechts ten dele op bij de vernisafname. De retouches blijken deels op de originele verf te liggen en deels op witte vullingen. Lidwien Speleers: “Ik heb op één plaats de vulling wat weggekrabd met een scalpelmesje om te zien of de oorspronkelijke randen van het doek tevoorschijn zouden komen. Dit was niet het geval. Onder de vulling ligt het tweede doek. De originele randen zijn er blijkbaar afgesneden.”

Rechts is de vulling circa 2,5 cm breed, aan de onderrand maximaal 1,5 cm, links is ze slechts heel smal en aan de bovenrand is geen vulling aanwezig. Het lijkt er sterk op dat iemand het schilderij een tikje groter heeft willen maken. Daarvoor moest een groter spieraam en dientengevolge ook een nieuwe lijst besteld worden. Het is waarschijnlijk dat deze vergroting chronologisch samenvalt met de bedoeking. Het doek is met nagels op het spieraam vastgezet. Met papieren stroken zijn de spanranden vervolgens afgeplakt; een gangbare werkwijze na bedoekingen, ook in Nederland. Lidwien Speleers: “Het papier beschermt de randen en werkt ze netjes af. Maar het bemoeilijkt ook mijn speurwerk.”

 

29 juni 2020

De afgelopen week was RTV Rijnmond in het atelier voor een interview en de restaurator in actie te zien. Zij waren er ook op 11 maart toen het schilderij uit de kist werd gehaald en wilden graag eens komen kijken hoe de restauratie verloopt. Ze maakten een kort filmpje en radio bulletin die op 23 juni werden uitgezonden: https://www.rijnmond.nl/nieuws/196610/Met-watten-en-satestokjes-wordt-schilderij-Aelbert-Cuyp-in-ere-hersteld

Hoewel we wel vaker het initiatief nemen om het publiek informeren over restauraties, via social media berichten of speciale rondleidingen, hebben we dat nooit zo uitvoerig gedaan als nu, met een blog en uitnodigingen aan de pers. De reden waarom we met deze restauratie zo naar buiten treden, is natuurlijk dat Dordrecht dit jaar de 400ste geboortedag van Aelbert Cuyp viert. Het is een manier om het publiek te attenderen op de tentoonstelling In het licht van Cuyp.

De tentoonstelling zou eigenlijk september 2020 openen, maar door de tijdelijke sluiting van het museum vanwege de pandemie is de hele programmering gaan schuiven. In het licht van Cuyp is als gevolg daarvan een heel jaar uitgesteld. De harde deadline voor deze restauratie is daarmee vervallen. Dat geeft iets meer ruimte voor andere werkzaamheden tussendoor, maar de focus van onze restaurator blijft gericht op deze restauratie. Het betekent overigens niet dat u nog een jaar moet wachten eer u het eindresultaat van de restauratie kunt bekijken. Het schilderij zal naar verwachting in november al te zien zijn in het museum, naast andere werken van Aelbert Cuyp en die van zijn familieleden.

22 juni 2020

Een bekentenis van onze restaurator: “Soms zit ik mezelf in de weg. Als ik te nonchalant ben geweest bij het wegpoetsen van het teveel aan lijm na het vastzetten van de losse verf, moet ik dat nu bekopen. De lijm blokkeert namelijk de oplosmiddelen en dus blijft het vernis daar zitten. Als ik met een UV lampje op het oppervlak schijn worden deze eilandjes vernis zichtbaar door hun blauwe fluorescentie. Om het te verhelpen poets ik de lijmresten alsnog weg met wat water of ik krab met een scalpelmesje. Daarna los ik de vernisrestjes op met oplosmiddelen. Het komt dus allemaal goed, maar het houdt me op tijdens vernisafname wanneer ik net lekker de vaart erin heb. Beter had ik meer tijd genomen voor het reinigen: haastige spoed is zelden goed.”

15 juni 2020

Halverwege de vernisafname is al goed zichtbaar wat het resultaat zal zijn. Het is een mooi moment om vastteleggen op foto. Het documenteert nog de oude situatie en blikt vooruit op de nieuwe. Een dergelijke foto halverwege is dan ook een vast onderdeel van de verslaglegging bij een vernisafname. Lidwien Speleers: “Ik ben niet precies halverwege, maar ik wilde graag het effect van de vernisafname op zoveel mogelijk kleuren vastleggen. Dus koos ik ervoor twee koeien te doorsnijden in plaats van een.”

8 juni 2020

Denk je aan Aelbert Cuyp, dan denk je aan schilderijen met een gouden gloed van de op-of ondergaande zon. Vanwege het gele vernis op Rivierlandschap met koeien en herders  is het moeilijk te zien in hoeverre ook dit schilderij het voor Cuyp zo typische gele licht heeft. Wanneer je de geelzweem wegdenkt, lijkt de lucht aan de horizon boven het water inderdaad geel te zijn, maar de wolken lijken wit en grijs. Deze week is verder schoongemaakt in de lucht en er blijkt toch wel degelijk wat kleur in de wolken te zitten. Er zijn lichtgele en perzik roze toetsen tevoorschijn gekomen, die de grijze wolken een warm randje geven. Wit is eigenlijk niet gebruikt. Het maakt nieuwsgierig naar de rest van de lucht.

1 juni 2020

De bedoeking van het schilderij is in goede staat: de hechting tussen beide doeken is nog altijd goed en waar vroeger de verf los heeft gezeten, zit ze nu nog altijd goed vast. In die zin zou je kunnen zeggen dat het een geslaagde restauratie is geweest. Er is echter een keerzijde. Lidwien Speleers: “Ik vertelde al dat ik bij het vastzetten van de losse verf gebruik maakte van het vocht van de lijm, warmte en druk om de stijve verf flexibel te maken en neer te duwen. Ik deed dat bladder voor bladder. Tijdens de bedoeking werden vocht, warmte en druk over het hele oppervlak aangebracht. De verf was dus overal tegelijk flexibel of zelfs zacht.”

Bedoekingen werden in de negentiende eeuw vaak in hoog tempo uitgevoerd door een specialist die zich niet bezig hield met de restauratie van het verfoppervlak. Er werd dan ook niet nauwkeurig in de gaten gehouden hoe de verf op de behandeling reageerde. Het gevolg was een afvlakking van het verfreliëf. Dikke verftoetsen werden tijdens de bedoeking naar binnen geduwd en er ontstond een deuk rondom. Bovendien werden de toppen plat gedrukt en beschadigd. De hoog uitstekende verftoetsen werden door de kunstenaar bewust gebruikt om het licht te vangen. De lichtreflectie op de kanten van de omhoog stekende toetsen vergroot het lichtend effect van hooglichten en doet het oppervlak sprankelen. Door de hardhandige bedoeking is dus een deel van de lichtkracht van de hoogsels verloren gegaan.

25 mei 2020

In het verleden is het schilderij bedoekt, dat wil zeggen dat er een tweede doek tegen de achterzijde is geplakt. Waarschijnlijk is dit in de negentiende eeuw gebeurd. Bedoeken was destijds een heel gangbare restauratie behandeling. Tegenwoordig zijn restauratoren veel terughoudender en is het een laatste noodgreep. Redenen om te bedoeken waren: scheuren, gaten of vervormingen in het doek, extreem veel losse verf of het verstevigen van een zwak doek ter voorkoming van scheuren. In Nederland werden de doeken meestal met een mengsel van was en hars verlijmd. Dit schilderij is in Groot-Brittannië gerestaureerd en hier is lijm of een mengsel van lijm en stijfsel gebruikt. Lidwien Speleers “Dat hier geen was-hars is gebruikt, zie ik aan de achterzijde van het schilderij. Was-hars verzadigt het hele doek, dat er daardoor donker uitziet. Bovendien is het was-hars mengsel vaak ook achterop het doek aanwezig.”

“Ik heb in Rivierlandschap nog geen scheuren of gaten gevonden. Wel zie ik dat de verf hier en daar niet vlak lig, maar schots en scheef. Bovendien liggen de verfschollen niet altijd exact waar ze horen te liggen. Daarom denk ik dat dit schilderij bedoekt is vanwege loslatende verf.”

Bij het bedoeken zal een grote hoeveelheid warme lijm zijn aangebracht op het schilderij en vervolgens het steundoek zijn gepositioneerd. Met druk, bijvoorbeeld van een strijkijzer, werd vervolgens de hechting tussen de twee doeken bewerkstelligt en de verf plat geduwd. Dat het schilderij nu weer losse verf heeft, kan een terugkomen van het oude probleem zijn of het gevolg van de veroudering van de lijm. Het kan zelfs zo zijn dat de verfhechting op sommige plaatsen door de behandeling juist verslechterd is, vanwege de grote hoeveelheid water die bij een lijm-bedoeking werd gebruikt.

18 mei 2020

De vernisafname vordert gestaag. Het is gebleken dat niet alle partijen even makkelijk schoon te maken zijn. In sommige zones zitten namelijk nog resten van een ouder vernis, dat heel donker van kleur is en minder snel oplost. Lidwien Speleers: “Bij een eerdere vernisafname is de donkere voorgrond minder goed schoongemaakt. Ik begrijp wel waarom: in de lichte partijen, zoals de lucht, kun je heel goed zien wanneer alle gele vernis weg is, maar in de donkere partijen is dat moeilijker zichtbaar. Dat komt doordat het kleureffect van vernisafname daar minder groot is. De resten van het oudere, donkerbruine vernis lossen niet makkelijk op in het door mij gekozen oplosmiddelmengsel. Voor gebieden met deze oude vernisresten heb ik daarom mijn strategie wat aangepast en een ander oplosmiddel gekozen.”

Deze microscoopfoto toont een detail uit de rechter voorgrond met een grasspriet. Boven het gras is het vernis verwijderd en is de penseelstreek van de kunstenaar goed herkenbaar. Daaronder wordt het zicht op de verflaag belemmert door de aanwezigheid van donkerbruine vlekken; de resten van een vernis. Deze liggen vooral in de kuiltjes in de verf en waar de verfschollen niet in één vlak liggen, maar wat scheef. Lidwien Speleers: “Tijdens de vorige restauratie waren deze vernisresten vermoedelijk nog niet zo donker. In de loop der tijd zullen ze verder verouderd en verdonkerd zijn, zoals ook het vernis is vergeeld dat de restaurator destijds na de vernisafname over het hele oppervlak aanbracht.”

11 mei 2020

Om goed te kunnen zien hoe de verf reageert op de oplosmiddelen of om te zien of er losse verf, schades of oude restauraties op het oppervlak zitten, is het blote oog soms niet toereikend. Er is al veel meer te zien wanneer een loep wordt gebruikt, zoals een hoofdloep. Op diverse foto’s in dit blog is een dergelijke loep te zien. Deze vergroot vijf keer. Als er nog meer vergroting gewenst is, gebruiken restauratoren een stereomicroscoop. Je kijkt daar met twee ogen doorheen, waardoor je gewoon diepte kunt zien. Die van ons hangt aan een zwenkarm zodat hij makkelijk over het schilderij bewogen kan worden. De verlichting bestaat uit twee lampjes aan flexibele armen die aan de microscoop vastzitten. Overigens is de witte buis links op de foto de afzuiging, die de oplosmiddeldampen wegzuigt.

De stereomicroscoop heeft verschillende vergrotingen, die bij ons traploos instelbaar zijn. Met een ingebouwde camera kunnen ook foto’s van het verfoppervlak genomen worden. Deze foto is genomen bij de minst sterke vergroting. Links aan de rand is nog net een millimeteraanduiding zichtbaar, en wie heeft geteld, heeft gezien dat het gezicht van de herder zo’n 17 mm lang is en de lichtvlek op zijn neus bijna 2 mm.

Hier is maximaal ingezoomd op de verftoetsen die het licht op de neus vormen. Bij deze vergroting is te zien dat de lichtvlek bestaat uit een roze toets met een kleine gele stip als hooglicht op het puntje van de neus. In de verf zijn zelfs de grovere pigmenten herkenbaar. U kunt zich voorstellen hoe handig dit instrument kan zijn tijdens het werk.

5 mei 2020

Voor het verwijderen van het vernis is gekozen voor een oplosmiddel in een gel. In een gel verdampt het oplosmiddel minder snel en dat maakt het mogelijk langer contact tussen oplosmiddel en vernis te hebben. Zo hoeft niet langdurig over het oppervlak gewreven te worden met een in oplosmiddel gedrenkt watje. Met het wegvegen van de gel verdwijnt in één keer het grootste deel van het vernis, waarna de achtergebleven resten gel en vernis met een watje met oplosmiddel worden verwijderd.

Lidwien Speleers: “Hoe geel het vernis eigenlijk is, zie je meestal pas goed als je een stukje hebt schoongemaakt. Het effect van een vernisafname is vaak spectaculair. Ook in dit geval.”

Om een idee te kunnen geven van het eindresultaat is het vernis op drie plaatsen weggehaald. Het kleurverschil is enorm. De neus van de koe blijkt echt wit te zijn. In de lucht wordt het contrast tussen de koele, grijze wolken en de meer gele toon aan de horizon veel duidelijker. Waar is schoongemaakt, steken de figuren veel sterker af tegen de lucht door het toegenomen contrast tussen de lichte en donkere verf.

27 april 2020

De loslatende verf is vastgezet, de spieën zijn gezekerd: er kan begonnen worden aan de meest spectaculaire fase van de restauratie, de vernisafname. Een vernis is een transparant laagje hars dat op het schilderij wordt aangebracht ter bescherming en om de kleuren te verzadigen. Tegenwoordig bestaan er ook synthetische vernissen, maar vroeger werden ze altijd gemaakt van natuurlijke harsen, die uit specifieke bomen worden gewonnen. Deze natuurlijke vernissen worden in de loop der tijd steeds geler of bruiner en minder transparant. Als ze te sterk verkleurd zijn, worden ze vervangen, meestal zo om de 30 tot 50 jaar. Het vernis op Rivierlandschap met koeien en herders is dan ook niet origineel, maar door een restaurator aangebracht. Dat het vernis vergeeld is, is vooral zichtbaar in de lichtste delen, zoals de lucht en de witte kop van de koe rechts.

Lidwien Speleers: “Voor ik echt aan het werk kan gaan, moet ik uitzoeken welk oplosmiddel en welke methode van vernisafname het meest geschikt zijn voor dit schilderij. Dat doe ik door testen uit te voeren aan de rand van het schilderij. Ik heb een heleboel soorten oplosmiddelen, die ik onderling ook nog eens kan mengen. Ik zoek een oplosmiddel dat de vernis kan oplossen zonder ook de verf te beschadigen. Ook verf kan namelijk op oplosmiddelen reageren.”

20 april 2020

Het schilderij Rivierlandschap met koeien en herders is een oude bekende van het museum. In 1988 hing het in de tentoonstelling Meesterlijk vee, die dat jaar van 24 september tot 20 november te zien was. Bewijs daarvan vinden we nog aan de achterkant op het spieraam: een sticker van het Dordrechts museum in een jaren tachtig letter uit de matrixprinter. Het grote etiket daarnaast laat zien dat het schilderij in 1960 in Manchester te zien was op de tentoonstelling Exhibition of Works of Art from Private Collections in the North West and North Wales.

Zelfs in de negentiende eeuw wisten tentoonstellingsmakers het schilderij te vinden, al bevond het zich in een privé verzameling. Op de achterkant van de lijst zit een groot etiket van een tentoonstelling van oude meesters in de Royal Academy in Londen in 1873.

Alfred Joseph Woolmer | Interior of the British Institution | Old Master Exhibition Summer 1832

Het is bekend dat het werk zelfs al eerder in de negentiende eeuw werd tentoongesteld: in 1832 en 1849 in London bij de British Institution for Promoting the Fine Arts in the United Kingdom (Pall Mall Picture Galleries). A.J. Woolmer schilderde een doorkijkje van de drie zalen in de tentoonstelling van 1832 (nu in Yale Center for British Art), maar Rivierlandschap met koeien en herders is daarop helaas niet zichtbaar.

Afbeelding: The Getty Research Institute.

In de catalogus van de tentoonstelling van 1832 is het schilderij wel terug te vinden. Het hing op de noordwand van de middelste ruimte. Dat is de achterzijde van de wand die prominent op Woolmers schilderij staat afgebeeld. Op de wand hingen meerdere landschappen van Nederlandse kunstenaars en – een opmerkelijk combinatie – een allegorie van Tintoretto. Overigens heeft Woolmer de vrijheid genomen de schilderijen te verplaatsen, zo leert een vergelijking van de catalogus met zijn schilderij. Deze Cuyp was echter niet belangrijk genoeg om in beeld te brengen. Het overkwam wel Rembrandts’ Lucretia, rechts vooraan, die eigenlijk elders hing. Rivierlandschap met koeien en herders was ook niet de enige Cuyp in de tentoonstelling: er hingen er nog zes.

10 april 2020

Dit is de achterzijde van Rivierlandschap met koeien en herders. Het is niet hoe een zeventiende- eeuws schilderij er aan de achterzijde uit zou moeten zien. Het spieraam is negentiende-eeuws en zelfs het doek dat we zien, is niet uit de zeventiende eeuw. Dit schilderij is in het verleden namelijk bedoekt, oftewel er is een nieuw doek tegenaan geplakt. Hierover zal in een ander blog verteld worden. Vandaag gaan we het hebben over het spieraam.

Spieramen kwamen pas in de achttiende eeuw in gebruik; daarvoor gebruikte men spanramen. Het verschil zit hem in de spieën in de hoeken. Bij een spieraam is het hout in de hoeken niet verbonden en er zitten gleuven in voor de spieën. Wanneer de spieën hier in worden geduwd, wordt het raam iets groter. Op deze manier kan er spanning op het doek worden gezet.

In elke hoek van het raam zitten twee spieën en op de dwarslatten kunnen ook spieën worden geplaatst. Bij Rivierlandschap met koeien en herders zijn een groot aantal spieën echter kwijtgeraakt. Lidwien Speleers: “Ik heb missende spieën weer aangevuld, zodat het doek weer uitgespied kan worden als dat nodig mocht zijn. Bovendien heb ik de spieën met visdraad aan elkaar gezet. Het draad zorgt ervoor dat ze niet meer zomaar uit het raam kunnen vallen.”

6 april 2020

Onze restaurator zit in haar atelier redelijk geïsoleerd, maar soms komt er toch iemand langs. Zoals Jeanne van der Horst, die haar kwam filmen. Van der Horst maakt met Annemarie Strijbosch de film die de tentoonstelling In het licht van Cuyp zal begeleiden. Daarvoor zijn ze onder andere naar het landhuis van de graven van Harrowby geweest om een interview met de eigenaar op te nemen. Jeanne zal de komende tijd af en toe het restauratieatelier bezoeken om het restauratieproces met de camera te volgen. Het is de bedoeling die beelden ook te gebruiken voor een apart filmpje over de restauratie.

6 april 2020

Lidwien Speleers: “Je ziet mij in de weer met penseel, penseel met rubberen punt en een mini-föhn. Met het fijne penseel breng ik lijm aan naast of onder de verfschol. Met de rubberen punt tik ik zachtjes op het verfoppervlak, zodat de lijm dieper onder de verfschol trekt. Met de mini-föhn verwarm ik de verf ietwat, zodat ze wat zacht wordt en aangedrukt kan worden. Tenslotte haal ik de overtollige lijm weg met een wattenstaafje.” Het resultaat is te zien op de foto rechts.

6 april 2020

Op het tafeltje is de mini-föhn te zien. De dierlijke lijm (steurlijm), die wordt gebruikt om de opstaande verfbladders weer vast te plakken, staat au-bain-marie omdat hij anders niet vloeibaar is (rechts op het tafeltje).

30 maart 2020

In september 2019 werden conservator Sander Paarlberg en restaurator Lidwien Speleers hartelijk ontvangen door de Earl of Harrowby om Rivierlandschap met koeien en herders van dichtbij te bestuderen. Hier kwamen ze erachter dat het schilderij niet tentoongesteld kon worden zonder eerst  te worden gerestaureerd. Het vergeelde vernis sprong natuurlijk in het oog, maar nadere inspectie toonde ook dat de verf op veel plaatsen los zit. Speleers: ‘Nu het werk bij me op tafel ligt en ik er heel dicht op kan kruipen, zie ik dat er meer losse verf is dan ik destijds dacht. De hoog opstaande verfschollen zijn meteen zichtbaar wanneer je met een lampje langs het oppervlak schijnt, maar er zijn ook plaatsen waar de verf nauwelijks omhoog steekt en toch los zit. Het is dus belangrijk dat ik het oppervlak nauwgezet afspeur, want dit is de originele verf van Albert Cuyp en die willen we niet verliezen’.

30 maart 2020

Lidwien Speleers loop het hele oppervlak zorgvuldig na om losse verf op te speuren en lijmt deze vervolgens weer vast aan de ondergrond. Omdat het werk groot is, is het moeilijk om zicht te houden op welke delen al gecontroleerd en behandeld zijn. Daarom combineert ze het vastzetten van de verf met het weghalen van vuil en stof dat op het oppervlak zit. Het oppervlaktevuil maakt het oppervlak mat, en zo is aan de glans te zien welke delen al behandeld zijn. Speleers: ‘Ik maak een stukje schoon en controleer tegelijkertijd waar de verf los zit. Met satéprikkers wijs ik de plaats van de losse verf aan. Daarna zet ik die verfbladders een voor een vast.’

23 maart 2020

Voordat de daadwerkelijke restauratie begint, wordt het schilderij gefotografeerd. Het doel is de toestand voor de behandeling vast te leggen aan de hand van overzichtsfoto’s van de voor- en achterzijde, detailfoto’s en strijklicht opnamen. De strijklicht opnamen laten het reliëf van het oppervlak zien.

UV-opname

Er worden technische opnamen gemaakt die het restauratiewerk ondersteunen. Op het schilderij zit een vernis, dit is een transparante laag hars die de verf beschermt en de kleuren verzadigd. Door veroudering is deze vernislaag geel geworden. Dit is een gangbaar verouderingsproces. Verouderde vernissen kunnen met specifieke oplosmiddelen worden verwijderd en vervangen door een nieuwe vernislaag. Omdat dit schilderij circa 370 jaar oud is, zal dit al meerdere keren zijn gedaan. Het vernis dat we nu zien is dus aangebracht door een restaurator. In UV-licht gaat het oude vernis op het schilderij een groenig licht uitstralen (fluoresceren). Maar de restauratie aangebrachte verven, de zogenaamde retouches, zijn juist donker. Op de UV-opname is daardoor te herkennen waar niet-originele verf aanwezig is. Bij vernisafname kan restaurator Lidwien Speleers daar verf op het watje verwachten. In dit schilderij zijn vooral grote retouches te zien aan de randen, die dus waarschijnlijk niet meer in goede staat zijn.

Infraroodopname

Niet alle retouches laten zich zien in UV-licht. Soms liggen er zoveel vernislagen over de retouches dat de sterke fluorescentie van het vernis ze onherkenbaar maakt. Daarom is het handig ook infrarood (IR) foto’s te maken. IR en UV liggen net buiten het voor ons zichtbare lichtspectrum, maar op tegengestelde posities: UV straling zit naast het blauwe licht en IR naast het rode. Het effect van UV licht op de vernis kunnen we zien doordat het vernis voor ons zichtbaar licht gaat uitstralen. Het effect van IR is echter niet voor ons zichtbaar.

Restaurator Lidwien Speleers: ‘Om het zichtbaar te maken gebruik ik een fototoestel dat gevoelig is gemaakt voor dat deel van het spectrum. Op de foto kijken we door sommige materialen heen, maar niet door allemaal. Daarom wordt deze techniek gebruikt om te zoeken naar de onderliggende schetsen van de schilder of wijzigingen van zijn hand. Ik gebruik hem echter ook om retouches op te sporen. Omdat die latere verf een andere samenstelling heeft dan de originele, ziet hij er namelijk vaak wat anders uit op IR foto’s. In de lucht zijn bijvoorbeeld vlekken te zien die donkerder zijn dan de omgeving. De vlek rechts op de foto (pijl) is duidelijk een retouche. Ik hoop eigenlijk dat de vlekken in de blauwe lucht (binnen de cirkel) dat niet zijn. Retouches betekenen namelijk meestal schade..’

11 maart 2020

Een bijzonder moment. In bijzijn van wethouder Piet Sleeking wordt het schilderij in de Cuyp-zaal van het museum voorzichtig uitgepakt en aan de pers getoond. Restaurator Lidwien Speleers laat, aan de hand van een al gerestaureerd werk, zien hoe vergeeld het vernis is.

Februari 2020 - Wat er aan vooraf ging

Het schilderij van Aelbert Cuyp wordt ingepakt voor de reis naar het Dordrechts Museum.

Februari 2020 - Wat er aan vooraf ging

Conservator Sander Paarlberg en restaurator Lidwien Speleers werden hartelijk ontvangen door Lord Harrowby en kregen de gelegenheid het schilderij van dichtbij te beijken. Daarbij ontdekten ze dat een restauratie nodig was.

Op de foto wordt Lord Harrowby bij zijn schilderij geïnterviewd, voor een korte film die in de tentoonstelling getoond zal worden.

Het Rivierlandschap met koeien en herders is een mooi voorbeeld van een groot veestuk waarmee Cuyp in de achttiende eeuw buitengewoon populair werd in Engeland. Aelbert Cuyp was typisch een lokale kunstenaar, die vrijwel onbekend was buiten zijn woonplaats. Hij leefde en werkte zijn hele leven in Dordrecht en de kopers van zijn landschappen kwamen bijna allemaal uit zijn geboorteplaats. Hij werd ontdekt in de 18de eeuw door Britse verzamelaars en kunstenaars. Vanaf circa 1750 ontstond daar een ware Cuyp-rage. De Engelse aristocratie was zo verzot op de zonovergoten landschappen met koeien dat er rond 1800 geen belangrijk werk van Cuyp meer in Nederland te vinden was. In de grote Engelse landhuizen mocht een Cuyp niet ontbreken. Nog steeds bevinden de meeste en beroemdste werken van Cuyp zich in Engeland.

De tentoonstelling In het licht van Cuyp. Aelbert Cuyp & Gainsborough – Constable – Turner vertelt straks over de Engelse ontdekking van Cuyp en zijn impact op beroemde Britse landschapschilders. Het Rivierlandschap met koeien en herders is daarvan een karakteristiek voorbeeld. Het werd in 1760 voor 21 pond gekocht door Nathaniel Ryder, de eerste Baron van Harrowby en is altijd in familiebezit gebleven. Het is daarmee een van de vroegste werken in Engeland waarmee de Cuyp-gekte begon. In de negentiende eeuw werd het vaak in Londen tentoongesteld en hebben Britse schilders het gekopieerd en zich door het werk laten inspireren.

Het veestuk wordt uitgeleend door de achtste Earl of Harrowby die graag meewerkt aan de tentoonstelling en zeer verheugd is dat zijn schilderij gerestaureerd kan worden om straks in volle glorie tentoongesteld te worden. Een uitvoerige restauratie is nodig om het schilderij in oude luister te herstellen. Cuyp is wel ‘the ultimate Country House Dutch master’ genoemd en het werk heeft dan ook lang op Sandon Hall gehangen, het landhuis van de graven van Harrowby. Met deze vroege adellijke herkomst kan het bijzondere verhaal van de Engelse waardering voor Cuyp prachtig verteld worden.

Ga naar de tentoonstelling In het licht van Cuyp. Aelbert Cuyp & Gainsborough – Constable – Turner

Sluit het Verborgen Museum