Schatten

uit Deventer, Leiden en Dordrecht
20 maart 2016 t/m 11 september 2016

Een oude fiets, een valsemuntersketel en een kostbaar altaarstuk? Het zijn niet zómaar voorwerpen die je ziet bij Uit liefde voor de stad, een tentoonstelling gewijd aan drie stedelijke verzamelingen.

Uit liefde voor de stad is er veel verzameld en bijeengebracht. De collecties van de Nederlandse stedelijke musea zijn rijk aan kunst en historische objecten die daar uit liefde voor de stad terecht zijn gekomen. Vaak geschonken door plaatselijke verzamelaars of aangekocht met geld van de eigen inwoners. En variërend van de meest bijzondere kunstvoorwerpen tot alledaagse objecten, allemaal van belang. Want elk voorwerp heeft een eigen verhaal, of het nu een oude ketel is of een altaarstuk. Een verhaal dat iets vertelt over de geschiedenis van de stad en om die reden de moeite waard is om te bewaren. Stedelijke musea zijn het geheugen én het gezicht van de stad. Ze geven vorm aan het verleden en dragen bij aan de beeldvorming van de stad.

Drie collecties

Uit liefde voor de stad toont drie verschillende stedelijke collecties in hun onderlinge samenhang. Objecten uit Museum De Lakenhal, de collectie van de gemeente Deventer en de kunstcollectie van het Dordrechts Museum vertellen náást en mét elkaar over het belang van de collecties voor de verschillende steden. En daarmee ook over het belang van alle stedelijke collecties tezamen, die het verhaal van Nederland vertellen.

Het Dordrechts Museum geeft het schilderij Drie oktober feest van Alexander Hugo Bakker Korff, nu te zien in de tentoonstelling Uit liefde voor de stad, in langdurig bruikleen aan Museum De Lakenhal in Leiden. Het schilderij krijgt bij de heropening van Museum De Lakenhal in 2018 een vaste plek in het museum.

Alexander Hugo Bakker Korff, Drie oktober feest, 1879, Dordrechts Museum

Drie oktober feest is onderdeel van de vaste opstelling van het Dordrechts Museum en is momenteel te zien in de tentoonstelling Uit liefde voor de stad – Schatten uit Deventer, Leiden en Dordrecht.

Drie oktober feest
Het schilderij vertelt het verhaal van het Leidens Ontzet dat jaarlijks op 3 oktober wordt gevierd. Op deze datum wordt herdacht dat in 1574 een einde kwam aan de maandenlange Spaanse belegering van de stad, door de oprukkende Watergeuzen onder leiding van Willem van Oranje. Bij veel Leidenaren is het traditie geworden om met familie en vrienden op 3 oktober hutspot met klapstuk te eten. De maaltijd verwijst naar het nog warme gerecht dat na de vlucht van de Spanjaarden in koperen ketels op de schansen van Leiden werd gevonden. Museumdirecteur Meta Knol: ‘Sinds 1575 is het Leidens Beleg en Ontzet elk jaar onafgebroken herdacht en gevierd. Juist in de negentiende eeuw, de tijd van Bakker Korff, kreeg die herdenkingscultus een nieuwe impuls. Het is fascinerend om te zien hoe in elke tijd weer invulling werd gegeven aan het Leidse hutspotritueel. We zijn het Dordrechts Museum zeer erkentelijk dat ze dit schilderij aan ons willen uitlenen. Een mooi voorbeeld van goede collegiale samenwerking in de museale sector!’

 

 

Uit liefde voor de stad toont drie verschillende stedelijke collecties in hun onderlinge samenhang.

Deel uit serie van nieuw ontdekte Rembrandt te zien in Dordrechts Museum

Het nieuw ontdekte kunstwerk ‘Flauwgevallen jongeman’ (ruiken) van Rembrandt van Rijn, dat te zien is op de TEFAF in Maastricht, maakt onderdeel uit van een serie van vijf schilderijen waarvan er één in bezit is van een Nederlands museum: Museum De Lakenhal in Leiden. Wie deze ‘Brillenverkoper’ van Rembrandt wil bewonderen, kan een bezoek brengen aan het Dordrechts Museum. Daar maakt het schilderij deel uit van de tentoonstelling Uit liefde voor de stad, die vanaf 20 maart te zien is.

Lees het hele artikel hier (PDF):

Dordrecht; kunst voor en door burgers

Het Dordrechts museum is in 1842 opgericht om Nederlandse eigentijdse kunst te stimuleren. Later kwam daar oude kunst uit Dordrecht bij. De eerste Alma Tadema die in een Nederlandse collectie terecht kwam kreeg dan ook een plek in Dordrecht, kort daarop gevolgd door het zelfportret van Cornelis Bisschop. Burgers betaalden dat. In 2008 bleken de Dordtse inwoners opnieuw bereid om de portemonnee te trekken om, samen met enkele nationale fondsen, het ‘Gezicht op Dordrecht’ van Jan van Goyen
aan te kopen voor de stad.

Dortse slagers

Deze buffelhoorn met zilveren montuur uit 1688 werd gemaakt voor het Vleeshouwersgilde in Dordrecht om wijn uit te drinken. Maar het is ook een ritueel object, omdat het, gevuld met wijn, moest worden leeggedronken door aspirant-leden van het gilde. Lukte dat niet, volgde een boete. De Dordtse slagers moesten kennelijk behoorlijk kunnen drinken.

Veel van het vaak zeer rijke gildezilver werd in de vroege 19de eeuw verkocht en dook pas later her en der weer op. Zo ook dit fraaie stuk, dat in 1907 door een particulier werd gekocht en aan de gemeente Dordrecht aangeboden. Uiteindelijk kwam het zo terecht in Museum Huis van Gijn en is het weer te zien in de stad waar het ooit zijn oorspronkelijke functie vervulde.

Smarten der aarde

Tot ver in de 19de eeuw was Ary Scheffer waarschijnlijk de meest beroemde kunstenaar die Dordrecht had voortgebracht. Hij had in Parijs carrière gemaakt en behoorde, zij het niet voor lang, tot de absolute top van de eigentijdse kunst. Geen thema dat de harten van toen bewoog, of Ary Scheffer was nabij, en ook het religieuze sentiment van toen moet hij feilloos hebben aangevoeld. Toen zijn dochter deze late en door de kunstenaar nooit voltooide Smarten der Aarde die ten Hemel stijgen kort na zijn overlijden aan het Dordrechts Museum schonk, was dat dan ook een belangrijk cadeau. De jonge Van Gogh, die een tijdlang in Dordrecht woonde, hield nog van die christelijke Scheffers – waarvan Dordrecht er nog veel meer zou krijgen. De inhoud van die schilderijen ontroerde hem. Later wist hij beter.

Smarten der aarde | Ary Scheffer

Leiden; van hutspotketel tot altaarstuk

Tijdens de Beeldenstorm van 1566 werden belangrijke kunstwerken door burgers en bestuurders uit Leidse kerken gered en in het stadhuis geplaatst. Ze bevinden zich nu in de collectie van Museum De Lakenhal. Maar dat niet alleen, ook de ketel waarin nog warme hutspot zat toen de Spanjaarden in 1574 moesten vluchten, is voor het nageslacht bewaard. Valsemuntersketel en altaarstuk, allebei hoogtepunten uit de collectie.

Mirakelbrood

Een rijke vrouw beschikte tijdens een hongersnood in Leiden nog over een half brood. Een bedelaar, die haar om een stuk daarvan vroeg, poeierde zij af. Het brood was zogenaamd op. Maar toen zij er zelf weer van wilde eten, bleek haar brood in een steen veranderd. Die steen werd in de Leidse Pieterskerk bewaard ter herinnering aan dat wonder, maar raakte na de Reformatie zoek. In de 19de eeuw dook hij weer op en nu maakt hij deel uit van de verzameling van De Lakenhal. De boodschap van het middeleeuwse sprookje is nog altijd actueel.

Pronkezel

De Leidse fijnschilders waren in hun tijd wereldberoemd, en de familie Van Mieris wist die roem zelfs drie generaties lang vast te houden. Ook deze merkwaardige pronkezel van Willem van Mieris, waarschijnlijk rond 1700 door een Leidse verzamelaar besteld, getuigt daarvan. De geraffineerde eenvoud van Dou, de grondlegger van de Leidse fijnschilderkunst, is hier inmiddels ver te zoeken.

Deventer; Ter Brugghen en Aap, Noot, Mies

Deventer heeft niet alleen vier topstukken van Hendrik Ter Brugghen in zijn verzameling, maar ook bodemvondsten, bouwfragmenten, fietsen, tapijtontwerpen en leesplankjes. Niet voor niets, want de eerste Nederlandse fietsfabriek stond in Deventer, en de schoolmeester die het bekende Aap, Noot, Mies bedacht kwam er vandaan.

Geschenk aan Deventer

In 1707 legateerde de zoon van de Utrechtse schilder Ter Brugghen vier schilderijen van zijn vader aan zijn woonplaats Deventer. Dat had nogal wat voeten in de aarde, omdat de stad niet wist of dat geschenk wel het aanvaarden waard was. Extern advies moest worden ingewonnen, want de gemeente ging niet over één nacht ijs. Maar eenmaal overtuigd, beloofde zij de stukken voor eeuwig te zullen bewaren en tonen. En de stad heeft woord gehouden, en mag er trots op zijn dat zij veel eerder dan enig Nederlands museum werk van de grote Ter Brugghen kon laten zien.

Codex in context

Deze letterlijk en figuurlijk schitterende 12de-eeuwse band omsluit een nog veel ouder handschrift van de Evangeliën. Dat handschrift is 9de-eeuws, maar gold ooit als de tekst die de Heilige Lebuïnus had gebruikt toen hij in Deventer en omstreken het Christendom verkondigde. Die ijver betaalde hij in 773 met zijn leven, en latere bewonderaars zullen de behoefte aan een aandenken hebben gevoeld. Zo moet de fraaie band om het handschrift zijn gekomen. Later is het object op drift geraakt, en de geestelijke die het in 1854 mee naar Utrecht nam, beweerde dat hij het als gewicht op een mangelpers in een Deventer sacristie had aangetroffen. Nu is het bij hoge uitzondering weer eens in een Deventer context te zien.

Vereniging Rembrandt

Uit liefde voor de stad is een initiatief van de Vereniging Rembrandt.
Met bijna 13.000 kunstliefhebbers zet de vereniging zich in om de openbare kunstcollectie in Nederland sterker door te geven aan volgende generaties. Door belangrijke kunstaankopen te steunen maar ook door op te komen voor het belang van de openbare collectie. De tentoonstelling is georganiseerd in het kader van het fellowship dat in 2009 is ingesteld om de kennis van en de belangstelling voor het openbaar kunstbezit in Nederland te vergroten. Het fellowship wordt mede mogelijk gemaakt door het KFheinfonds. Uit liefde voor de stad is samengesteld door Fellow Peter Hecht, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht in samenwerking met kunsthistorici Hilbert Lootsma en Teun Bonenkamp.

Sluit het Verborgen Museum