Nieuwe gezichten

op Dordrecht
18 oktober 2015 t/m 21 februari 2016

Nieuwe aanwinst: bijzonder stadsgezicht van Frank Boggs uit 1887

Het schilderij ‘Porte Dordrecht (de Groothoofdspoort)’ uit 1887 van de Amerikaans-Franse schilder Frank Myers Boggs (1855-1926) is nu in het Dordrechts Museum te zien. Het werk werd in 2013 op een veiling in Chicago gekocht en is nu gerestaureerd en van een nieuwe lijst voorzien. Het is een verrassende aanwinst voor het Dordrechts Museum die mooi aansluit bij de Dordtse stadsgezichten van Jongkind en Boudin. Maar ook bij de huidige tentoonstelling ‘Nieuwe gezichten op Dordrecht’.

Porte Dordrecht (de Groothoofdspoort) | Frank Myers Boggs | 1887 Dordrechtsmuseum

Geïnspireerd door de tentoonstelling Dromen van Dordrecht (2005) met stadsgezichten die tussen 1850 en 1920 zijn geschilderd, heeft verzamelaar Dirk Berghout 13 hedendaagse kunstenaars de opdracht gegeven hun visie op de stad vorm te geven.

Dordtse vedute

“Een verzameling bijeenbrengen zoals deze is een groot avontuur en een geweldige ervaring. Elke stap had zijn eigen opwindende momenten. Het selecteren van de kunstenaars – van de meesten had ik nog nooit gehoord – waarom de een wel en de ander per se niet, het atelierbezoek, de gesprekken en ten slotte het bericht: het werk is klaar! Dan de spanning: zou het wat zijn, wordt het een teleurstelling of is het juist fantastisch? Wat mij is opgevallen, is dat alle kunstenaars de opdracht om Dordrecht te portretteren zeer serieus hebben genomen. Ze zijn allemaal, ook de buitenlanders, naar Dordrecht gekomen, hebben er rondgekeken, lange wandelingen gemaakt of de pont genomen naar Zwijndrecht en Papendrecht om vanaf de overkant de stad te zien.”
Dirk Berghout

De Kunstenaars

Inspiratie voor zijn composities haalt Vermeule uit observaties, de foto’s die hij maakt als hij onderweg is en afbeeldingen die hij op internet vindt. Vaak is het een combinatie van deze elementen, zo kan het gebeuren dat meisjes die hij in Tokyo ziet hun plek vinden in het decor van een Nederlands winkelcentrum. Vermeule schildert met olie- en acrylverf. Zijn beelden zijn contrastrijk en kennen een sterk kleurgebruik. Veelvuldig aanwezig zijn reflecties en schaduwen: in spiegelende oppervlaktes zoals vloeren en glazen puien, waterpartijen en natgeregende straten.

Koen Vermeule (Goes, 1965)

Led Brand (Dordrecht, 1952)

‘Als ik ergens aan het werk ben en het wordt te koud of te donker, leg ik een steen of iets anders op de plek waar ik zat, en kom ik later terug om de tekening af te maken.’

Wat beweegt een schilder
Deze volstrekt oninteressante ansichtkaart
Zo zorgvuldig streek voor streek
Laag op laag stip voor stip te penselen?
(Ton Delemarre Het straatje van Led Brand)

Theo de Feyter (Zuid-Scharwoude, 1947)

Voor De Feyter is laten zien dat alles echt bestaat een drijfveer voor het schilderen: ‘Dat je iets schildert en daarmee tegelijkertijd zegt: dit bestaat écht. Het is er echt’. Deze uitspraak en de beperkingen die hij zichzelf oplegt, getuigen van een haast wetenschappelijke aanpak, hoewel de uitkomst, door de signatuur die elke kunstenaar eigen is, altijd een subjectieve weergave blijft.

 

Daniele Galliano (Pinerolo, 1961)

Galliano heeft een fascinatie voor steden of, meer specifiek, huizen. ‘Wij groeien op in onze huizen, bevolken onze steden, vliegen uit naar andere huizen, andere steden, andere landen en laten overal onze sporen achter.’ Deze sporen wil Galliano vastleggen omdat ze in zijn ogen een stad uniek maken.

Sombere grijstinten worden afgewisseld met onder andere helder paars, groen, fluorescerend geel en roze. Dit geeft zelfs de meest mistroostige voorstelling een ongekende levendigheid.

Carola Schapals (Wilhelmshaven, 1954)

Pere Llobera (Barcelona 1970)

Werkend aan View over Oude Maas (2014) gebruikte Llobera een wijnkistje als palet. Klodders zwart, rood, groen, geel en blauw vormen aan drie zijden een pasteus kader voor een studie van water en overkant. Wie het oeuvre van Llobera onder ogen krijgt, ziet parallellen tussen deze ‘klodders’ en de losse schilderkunstige toets.

Raquel Maulwurf (Madrid 1975)

In haar recente werk verbeeldt Maulwurf onze wereld wanneer deze in aanraking komt met de kracht van de natuur en ecologische rampen. Het werk speelt met de gedachte dat de natuur de mensheid wellicht probeert ‘terug te pakken’ voor al het geweld dat ze haar heeft aangedaan door de oceanen te vervuilen, de lucht te vergiftigen en de bossen plat te branden.

Olphaert den Otter (Poortugal 1955)

‘Ik werk langzaam, met middelen die het tegendeel bewerkstelligen van mijn emoties: prachtige kleuren, goedgemaakt, knap. Jij ondergaat de vreugde van het kijken. Maar waar jij zo vreugdevol en enthousiast in terecht bent gekomen, blijkt zwaar materiaal te zijn. Met die ervaring moet jij aan het werk.’

 

Tieleman brengt niet alleen verf aan, maar haalt deze ook weer weg om een beeld tot stand te brengen: gras of riet wordt weergegeven door krassen te maken in de reeds aangebrachte verflaag.

Hugo Tieleman (Eindhoven, 1982) Dordrechtsmuseum

Joanna Quispel (Amsterdam, 1952)

Quispel reist veel, naar het buitenland of naar het natuurschoon op de Wadden. ‘Op reis staat alles altijd in dienst van wat ik zou kunnen maken. Zodra ik ergens rondloop, begin ik te kijken: wat is een goed onderwerp voor een pastel? Dat geeft je kijken een extra dimensie en daarmee eigenlijk je hele bezoek. Je leert de plek beter kennen door hem te tekenen.’

Arie Schippers (Rotterdam, 1952)

Schippers’ schetsboeken zijn naar eigen zeggen een beschermingsmaatregel: ‘Telkens als je je verveelt of ergens zit en niet weg kunt, dan is het: wat kunnen we hier tekenen? Ik ga de wereld in en heb altijd iets achter de hand. Mij kan niets gebeuren.’

Renie Spoelstra (Drachten, 1974)

De fascinatie voor recreatiegebieden begon in Spoelstra’s jeugd, toen ze zich ervan bewust werd dat deze gebieden zich aanpasten aan haar stemming en nauwelijks betekenis op zichzelf hebben. Ze vertegenwoordigen een nietszeggende leegte waar veel op los te laten is. Het romantische landschap is dan ook nooit ver weg in Spoelstra’s oeuvre. De schoonheid van het desolate geeft een onheilspellend gevoel.

‘Ik heb een voorkeur voor dingen die wat onooglijk zijn, onaanzienlijk, dingen waarvan je in een oogopslag ziet wat ze zijn, zowel naar vorm als naar betekenis. Het zijn de dingen die in de kantlijn gebeuren van het grote verhaal, dingen die je terloops vanuit je ooghoeken waarneemt. Maar juist wat ongemerkt in je ooghoeken gebeurt, heeft enorme invloed op de waarneming van wat je als hoofdzaak ziet.’ Water in de windstille hoek van een haven (2014) is daar het bewijs van.

Ronald Zuurmond (Den Haag, 1964) Dordrechtsmuseum

MIJN STAD, MIJN JAREN

Vandaag bezocht ik opgewekt de stad van mijn jeugd,
mijn geboorteplek, de buurten waar mijn familie woonde,
het hof waar mijn vrienden en ik met zoveel vreugd
uitzichtlooslang speelden tot onze moeders ons beloonden

met karrenvrachten snoep en chips en liefde. Dat waren de dagen.
Dordrecht is veranderd, de straten en de huizen ogen klein,
maar de stad zelf veel groter dan in de jaren van het jagen
op de bal en op elkaar en op geluk – zo zal het altijd zijn.

Ik had mijn jongste zoon bij me, hem deed het allemaal niets,
zijn tante in een indianenpak, zijn vader op een kinderfiets.
Zo zal hij later, over een jaar of veertig, zijn eigen kroost

meenemen naar de pleinen waar hij door zijn moeder is getroost.
Aan het eind van de middag reden we zwijgend weg uit de stad
en de tijd die ik- besef ik nu – onbewust zo lief heb gehad.

Sonnet Ronald Giphart

Collectie uitgebreid

Het Dordrechts Museum werd in 1842 opgericht door een vereniging van kunstliefhebbers. Deze vereniging kocht eigentijdse kunst van ‘levende’ Dordtse schilders. Nog altijd verzamelt het museum gepassioneerd schilderkunst maar het aandeel hedendaagse kunst in de collectie was in de loop van de tijd steeds kleiner geworden. De prioriteit lag bij de kunst van de 17de en de 19de eeuw. Inmiddels is die  situatie veranderd. Het museum werd in 2010 gerenoveerd en uitgebreid, waardoor er ruimte kwam voor een permanente presentatie van moderne en hedendaagse kunst. Het museum heeft daarom de laatste jaren extra ingezet op het verwerven van moderne en hedendaagse schilderkunst. Immers, de toevoeging van eigentijdse kunst houdt de bestaande collectie levend.

Traditie en vernieuwing

Wat de drie tentoonstellingen in Lang leve de Collectie! onderling verbindt is het element van traditie en vernieuwing. De levendigheid van de collectie, de historische lijn, het kijken en vergelijken en de wisselende waardering door de tijd heen voor de schilderkunst. Iets wat het Dordrechts Museum alleen kan doen door nieuw werk te blijven verzamelen en in relatie tot de aanwezige kunstwerken te presenteren. Lang Leve de Collectie!

Ga naar Lang leve de Collectie! De Scheffer 2015
Ga naar Lang Leve de Collectie! Aanwinsten moderne en hedendaagse kunst

 

Sluit het Verborgen Museum