Dit monumentale hofje, gesticht in 1624, omvat 38 woningen en een historische regentenkamer. In deze kamer vergaderden de regenten van het hofje en werden de huren geïnd. De ruimte is sinds 1701 nauwelijks veranderd en het interieur is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Vrijwilligers van het museum stellen de regentenkamer meerdere dagen per week open voor bezoekers.
Geschiedenis
Het hofje werd in 1624 gesticht door Arend Maertens (1554/1555–1629), een vermogend Dordtenaar. Als klerk van de stadsthesaurie en investeerder in onder meer de VOC bouwde hij een aanzienlijk fortuin op. Niet lang na zijn huwelijk met Catharina de Beaumont besloot hij een hofje voor oudere vrouwen te stichten, dat in 1625 zijn eerste bewoners ontving. Bij de ingang van het hofje werd een kleine regentenkamer ingericht. Hoe deze kamer er oorspronkelijk uitzag, weten we niet; mogelijk hingen de portretten van Maertens en zijn vrouw er al vroeg.
In 1701 kreeg de kamer haar huidige interieur. Stadsfabriek Frederick Schoonenberg gaf leiding aan een volledige herinrichting. Houtsnijder Hendrik Noteman maakte de lambriseringen en de schoorsteenmantel. Arnold Houbraken schilderde het plafondstuk Mars en Vader Tijd en het schoorsteenstuk waarin Caritas centraal staat. Daarnaast werd de kamer ingericht met veertien grote familieportretten, geschilderd door onder anderen Abraham van Calraet, Jacobus Bisschop, Pieter van der Hulst en Carel de Moor. Alle portretten zijn kopieën naar oudere schilderijen en vormen samen een zeldzaam compleet ensemble. Sinds 1702 is aan de inrichting vrijwel niets meer veranderd.
De regentenkamer is daarmee een uitzonderlijk goed bewaard geheel. Vergelijkbare ruimtes bestaan nog slechts in enkele kastelen en buitenplaatsen, maar missen de intieme, bijna barokke overvloed die deze kamer zo bijzonder maakt.
Arend Maartenshof
Restauratie
Sinds 2025 wordt gewerkt aan een zorgvuldige restauratie van het plafondstuk, het schouwstuk, zes portretten en het historische houtwerk. De werkzaamheden zijn gepland tot eind 2027.
De restauratie wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie Zuid-Holland.