Een spectaculair landschap zinderend van licht en kleur, uitgevoerd in pointillistische stijl. Een
nieuwe schildertechniek, overgewaaid uit Parijs en door Toorop als eerste in Nederland toegepast.
De Dordtse verzamelaar Hidde Nijland kocht het werk in 1894 voor een habbekrats van de kunstenaar en schonk het later aan het museum.

Jan Toorop - Landschap met vaart
Jan Toorop
Landschap met vaart
Dordrechts Museum, schenking Hidde Nijland, 1912
1889

Een rafelig zwart vlak op een witte ondergrond. Of nee: een dode kraai aan een touwtje. Je ziet het aan de schaduw, de snavel en het pootje. Meer details zijn er niet, zelfs geen spijker in de muur. Verster zoomde in op de vogel en concentreerde zich op de vorm. Met als resultaat een hard uitgesneden, bijna abstract beeld. En toch ontroerend.

Floris Verster - Dode kraai
Floris Verster
Dode kraai
schenking 1958
1907

Algerije beviel Hart Nibbrig maar matig. Het was er koud, nat of veel te heet en het waaide. Toch inspireerde zijn reis tot een imposant landschap. In talloze stipjes en streepjes kleur is de schittering van het Noord-Afrikaanse licht gevangen. Hart Nibbrig had die 'stippeltechniek', het pointillisme, leren kennen in Parijs waar hij een tijdje studeerde.

Het dal van de Rummel bij Constantine, Algerije, gemaakt door Ferdinand Hart Nibbrig
Ferdinand Hart Nibbrig
Het dal van de Rummel bij Constantine, Algerije
Dordrechts Museum, aankoop 1909
1906

De betovering van een land met ander licht: Mallorca inspireerde Else Berg tot een half abstract landschap in zonnige pasteltinten. Een schilderij als een weefsel van hoekige kleurvlakjes, zonder duidelijke dieptewerking. Een opvallend, kubistisch experiment van Berg. In Nederland werd ze gezien als een van de 'ultra-modernen'.

Else Berg, Mallorca
Else Berg
Mallorca
Aankoop 2021
1914

Van Heemskercks schilderijen herken je aan hun krachtige kleuren, maar in deze olieverfschets speelt kleur nauwelijks een rol. Toch laat juist zo'n schets zien hoe de kunstenaar te werk ging. Vormen en lijnen zijn teruggebracht tot hun essentie, in een uitgebalanceerde compositie. Vergelijkbaar met werk uit diezelfde tijd van Mondriaan, die ook veel in Domburg kwam.

Parkgezicht te Domburg, Jacoba van Heemskerck van Beest
Jacoba van Heemskerck van Beest
Parkgezicht te Domburg
Dordrechts Museum, aankoop 2021
1911-1912

Een herinnering aan nachtelijk Parijs: de Sacré Coeur met ervoor het silhouet van een huurrijtuig. Een verblindend visioen in blauw. Gezien vanuit een hel verlicht café, zoals de contouren van het raam en een tafeltje suggereren. Lichtbronnen – vooral elektrisch licht, toen heel modern − fascineerden Sluijters rond 1910. Hij schilderde meer nachtscènes.

Jan Sluijters, Fiacre met Sacré Coeur
Jan Sluijters
Fiacre met Sacré Coeur
1912

De tuin is ommuurd, de poort dicht. Onder een dreigende lucht dwaalt een geblinddoekte vrouw er tastend rond. Een raadselachtig beeld, als in een beklemmende droom. En net zo realistisch. Het is kenmerkend voor de stroming waartoe Koch wordt gerekend, het magisch realisme: de voorstelling lijkt natuurgetrouw, maar is dat niet.

Florentijnse tuin, Pyke Koch
Pyke Koch
Florentijnse tuin
Dordrechts Museum, bruikleen collectie Cees Röling, 2020
1938

Een 'weemoedig gedicht in vorm en kleur' is dit schilderij wel eens genoemd. Veel kunstenaars grepen in de jaren '30 terug op een zakelijke, realistische schilderstijl. Ouborg verwerkte in zijn poëtische beelden juist abstracte en surrealistische elementen. Vaarwel toont een wonderlijk visioen, het prikkelt de verbeelding. Droom en werkelijkheid vloeien ineen.

Piet Ouborg, Vaarwel
Piet Ouborg
Vaarwel
1931

‘Ovaal, vierkant, ruit, rechthoek en trapezium bevolken mijn dromen. Daarnaast minder volmaakte tekens,’ schreef Ouborg in 1947. In dat jaar schilderde hij als een van de eerste Nederlanders abstracte composities vol kleur, expressie en beweging. Hij wilde terug tot de oorsprong, het hart der dingen. Figuur in cirkel is zo’n beeld ‘van binnenuit’.

Figuur in cirkel, Piet Ouborg
Piet Ouborg
Figuur in cirkel
1947 - 1955

Simpele vormen, felle kleuren, stevige lijnen. Het is de taal van kunstenaarsbeweging CoBrA (Copenhagen Brussel, Amsterdam). Zelf zei Appel: ‘Ik schilder als een barbaar in een barbaarse tijd.’ In de naoorlogse jaren werden tradities overboord gezet. Kunstenaars droomden van een nieuwe maatschappij, een nieuwe kunst. Vrij, brutaal en onbevangen.

Karel Appel
Karel Appel

CoBrA heeft als beweging maar kort bestaan, maar bleef lang doorwerken. Rooskens ging een tijd volledig abstract schilderen in donkere, sombere tinten. Begin jaren '60 keerde hij terug bij licht en kleur. En bij de motieven die kenmerkend zijn voor zijn werk: vogels en vissen. Ook in dit schilderij lijkt hij daardoor geïnspireerd.

Anton Rooskens en Cobra

Zo weggelopen uit een sprookje, maar onmiskenbaar een hond. Met een overdreven grote kop. Lotti van der Gaag sloeg met haar fantasiebeelden van klei en gips een nieuwe weg in. ‘Lachende nachtmerries’ noemde iemand ze eens. Haar beeldtaal sluit aan bij de wereld van CoBrA, maar is met de open vorm heel persoonlijk.

beeld hond, Lotti van der Gaag
Lotti van der Gaag
hond
bruikleen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2010
1952

Licht, kleur, beweging. De vlakjes en tekens suggereren misschien bomen of huizen – maar misschien ook niet. Een speelse compositie, die doet denken aan het begin van de abstracte schilderkunst, kort na 1900; een tijd van nieuwe vrijheid in de kunst waar Boers na 1945 bewust op teruggreep. Anders dan de kunstenaars van CoBrA: die wilden breken met elke traditie.

L'esprit d'un paysage, Willy Boers
Willy Boers
L'esprit d'un paysage
bruikleen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2014
1954

Hussem was geboeid door oosterse kalligrafie, met name die uit Japan. In de jaren '40 begon hij ermee te experimenteren. Werkend vanuit intuïtie, direct en expressief. Steeds zoekend naar de juiste verhouding tussen teken en vlak, vorm en kleur. Want zonder vorm, vond hij, is kleur 'domweg verf'.

kunstwerk wit met rode, gele en zwarte vegen van Willem Hussem
Willem Hussem
zonder titel
1952

'Ik begin met een kleurvlak, met de materie; ik weet niet waar ik heen zal gaan. Ik improviseer, en tijdens de bijna automatische handeling van het schilderen begin ik me vrij te voelen.' Schilderen was voor Wolvecamp een levensexpressie. Zijn stijl doet nog het meest denken aan schrift; tekens waartussen ogen en vreemde wezens opdoemen.

Theo Wolvecamp - compositie
Theo Wolvecamp
compositie
1959

Kleur is ondergeschikt in De Nobels schilderij, alleen de materie spreekt. Hiroshima behoeft geen uitleg. Het toont een gewond landschap met diepe kraters. Elk menselijk spoor ontbreekt. De zwarte 'drippings' lezen als een hartverscheurende kreet.

Cor de Nobel - Hiroshima
Cor de Nobel
Hiroshima
1959

Het atelier van JCJ Vanderheyden, vastgelegd door fotograaf Frans de la Cousine. Een interieur waarin je je Vermeers Melkmeisje kunt voorstellen: verstild, tijdloos. Het schilderij aan de muur, een horizon, is door de foto bevroren in tijd – en daarna met verf opnieuw gemaakt. Een schilderij 'herschilderd'. Naar welke tijd en ruimte kijken we nu eigenlijk?

JCJ Vanderheyden - Groot atelier
JCJ Vanderheyden
Groot atelier
1992

'We hadden per se geen boodschap. We wilden een kunst die iedereen kon begrijpen,' zei Schoonhoven over de Nulgroep, waar hij begin jaren '60 deel van uitmaakte. Het was een reactie op de naoorlogse expressieve schilderkunst. Nul-kunstenaars maakten objecten van alledaags materiaal. Zoals dit reliëf. Saai door die eindeloze herhaling? Toch niet: de lichtval maakt het levendig.

Jan Schoonhoven, goud en bruin stof vlak
Jan Schoonhoven
zonder titel
1964

Fundamentele schilderkunst wordt het genoemd: een schilderij dat over niets anders gaat dan het schilderen zelf. Bij Akkerman speelt er meer. Hij was geïnspireerd door het Twentse landschap en de traditie van het landschap in de Hollandse schilderkunst. Zelf kwam hij uit bij abstractie. 'Toch hoop ik dat er in mijn werk iets van die traditie doorstraalt.'

Ben Akkerman, vlak blauw met wit gestreept
Ben Akkerman
Zonder titel
1978 - '80

Een van Fernhouts laatste schilderijen, een compositie van kleurvlakjes in een ritmisch patroon. Maar zoals altijd gebaseerd op wat hij zag, buiten in de natuur. Vanuit het bijna fotografische realisme in zijn vroege werk had Fernhout geleidelijk de stap naar abstractie gezet. 'De sprong is gemaakt,' schreef hij eind jaren '50. 'De nieuwe taal heb ik gevonden.'

Edgar Fernhout - In voorjaar
Edgar Fernhout
In voorjaar
1973

Twee tafels, over elkaar geplaatst als bijzettafeltjes. Je ziet hun blad van bovenaf, de poten recht van voren. Of zie je alleen rechthoekige vlakken, intens geel en zacht grijs? Alledaagse dingen zijn op een schilderij van Jan Roeland herkenbaar maar ook abstract. Een voortdurend spel met werkelijkheid en illusie, het platte vlak en de ruimtelijke vorm.

Jan Roeland - tafels III
Jan Roeland
tafels III
1974

Een voorstudie voor een veel groter werk. Beutener zoomt in en vereenvoudigt, zoals hij vaak doet in zijn schilderijen. Een detail uit de alledaagse werkelijkheid is herkenbaar en tegelijkertijd nieuw. Een abstract beeld. Het driehoekige kader benadrukt die abstracte ordening: de compositie voegt zich nu eens niet naar de vorm van het schilderij, maar andersom.

Jan Beutener - Dak (voorstudie)
Jan Beutener
Dak (voorstudie)
2006
Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om een optimale gebruikerservaring te bieden. Je kunt je voorkeuren aanpassen of meer informatie bekijken.
Deze cookies zorgen ervoor dat de website naar behoren werkt. Deze cookies kunnen niet uitgezet worden.
Deze cookies zorgen ervoor dat we het gebruik van de website kunnen meten en verbeteringen door kunnen voeren.
Deze cookies kunnen geplaatst worden door derde partijen, zoals YouTube of Vimeo.
Deze cookie stellen onze advertentiepartners in staat om doelgerichter informatie te kunnen aanbieden.
Door categorieën uit te zetten, kan het voorkomen dat gerelateerde functionaliteiten binnen de website niet langer correct werken. Het is altijd mogelijk om op een later moment de voorkeuren aan te passen. Bekijk meer informatie.