Holland op z'n mooist

19de eeuw

Steeds vaker trokken de 19de-eeuwse schilders naar buiten om landschappen en plein air vast te leggen. Snel, in rake impressies.

 

In de vrije natuur kregen de schilders meer oog voor de atmosfeer. Voor kleur en veranderend licht. Een ‘schitterend lichteffect’ of een ‘rijk bewolk­te luch­t’, het kon een kunstenaar als Weissenbruch ineens ra­ken. Hij legde het snel vast op papier en ‘to­ver­de’ het later thuis in verf.

Zijn collega-schilders van de Haagse Schoo­l – Gabriël, Mauve, Mesdag, de gebroeders Maris – werk­ten net zo. Inspiratie vonden zij aan de kust en in het waterrijke polderland. Lucht en licht hebben in hun impressies de hoofdrol, en de reflectie ervan op water. Dat bepaalt de sfeer.

In de tweede helft van de 19de eeuw trokken kunstenaars er steeds vaker op uit. Naar buiten, de natuur in om licht, lucht en atmosfeer met eigen ogen te zien. Hun impressies legden ze vast in snelle olieverfschetsen, die later in het atelier werden uitgewerkt. Hoe ging dat buiten schilderen in z’n werk?
Sluit het Verborgen Museum