Dordrecht

voor de beeldenstorm

Dordrecht, oudste stad van Holland en al vroeg een belangrijk handelscentrum. De 16de-eeuwse kunst weerspiegelt de welvaart en het zelfbewustzijn van een machtige stad.

Tot ver in de 16de eeuw was Dordrecht een katholieke stad. Kunst was vooral te vinden in kerken en kloosters. Kooplieden, regenten en gilden bestelden kostbare beelden en altaarstukken. De verwoestingen van de Beeldenstorm gingen gelukkig goeddeels aan Dordrecht voorbij. Daardoor bleef veel religieuze kunst bewaard, ook na de overgang naar het protestantisme in 1572.

Trotse burgers kochten steeds vaker ook kunst voor hun eigen huizen en vergaderzalen. En ze lieten zich portretteren door schilders van naam. Het was niet alleen voor lokale kunstenaars een interessante markt, maar ook voor meesters uit Antwerpen, Haarlem en Utrecht. Steden waar de Italiaanse renaissance al eerder was doorgedrongen. Kunstenaars in Dordrecht namen die nieuwe, klassiek geïnspireerde stijl over. Na 1600 veranderde dat. Jacob Cuyp, vader van de beroemde Aelbert, was de eerste Dordtse schilder die school maakte.

Jacob Gerritsz. Bornwater | 1554

Dordrechtsmuseum

Kruisiging van Christus

Het lijden van Christus als lijdensweg, letterlijk. Zowel de kruisiging als wat vooraf ging is weergegeven, als in een stripverhaal. Ouderwets in vergelijking met de meer realistische stijl van de renaissance. De kruisiging is het middendeel van een altaarstuk, gemaakt voor het Augustijnenklooster. Na de hervorming kreeg het gebouw een andere functie, maar het stuk bleef er hangen.

Scènes uit het leven van de Heilige Elisabeth

Dordrecht en omgeving zijn vaak door watersnood getroffen. De ramp van 1421, op de naamdag van de Heilige Elisabeth van Hongarije, kreeg in de herinnering mythische proporties. Geen wonder dat er een altaarstuk aan werd gewijd. Met aan de binnenkant scènes uit het leven van Elisabeth, de vrome koningsdochter die trouwde met Lodewijk van Thüringen en zich inzette voor armen en zieken.

Meester van de Sint Elisabethspanelen |1490 | bruikleen Rijksmuseum Amsterdam

Jan Jacobsz. Doudijn | ca. 1535 - Dordrecht 1584/1585

Dordrechtsmuseum

De brand in de Nieuwkerk te Dordrecht

Op 22 januari 1567 brandde de Nieuwkerk af, in anderhalf uur. Doudijn gaf een levendig verslag met centraal de blusmeester, Adriaen van Blijenburg. Daarachter de schout en zes hellebaardiers. Van Blijenburg en de families Van Slingelandt, Oem en Van de Linde bekostigden het herstel van de kerk. Op de blusemmertjes prijken hun familiewapens.

Van Blijenburg, een Dordts regentengeslacht

Acht generaties zijn in een portretreeks verenigd. De familie had vooraanstaande posities in eigen stad, maar ook in de gewestelijke en landelijke politiek. Een portretreeks paste bij hun status. In Dordrecht waren dergelijke reeksen al vroeg populair. Rijke burgers volgden hiermee het voorbeeld van vorsten en hoge adel.

.

.

.

.

Sluit het Verborgen Museum