Op reis met Frans Lebret (1863)

Op 15 januari 1863 begon de Dordtse kunstenaar Frans Lebret samen met zijn broer Jan Hendrik aan hun reis naar Java. Het doel van de reis was een bezoek te brengen aan hun broer Gerrit, een suikerfabrikant te Pasuruan op Oost-Java. Een uitzonderlijke reis, omdat de broers Lebret deze ondernamen als belangeloze toeristen en zonder zakelijke motieven. Ze reisden via de overlandroute met de Franse maildienst, hetgeen kostbare aangelegenheid was.
De kosten voor de reis tussen Marseille en Singapore was zo’n ƒ1260 per persoon, ruim 13.000 euro nu!

Op reis met pen en penseel

Frans Lebret hield een reisdagboek bij, van zowel de heen- als terugreis en het gehele verblijf op Java. Op levendige wijze doet Frans Lebret verslag over de dagelijkse beslommeringen aan boord, hun belevenissen in de havens en diverse avonturen onderweg. Dit unieke egodocument bevindt zich in de collectie van het Koninklijk Instituut van Land-, Taal- en Volkenkunde, nu Bijzondere Collecties Universiteit Leiden. Heel bijzonder is dat Frans Lebret in meer honderd tekeningen, aquarellen en schetsen de voor hem onbekende wereld vastlegde. Deze reistekeningen bevinden zich in de collectie van het Dordrechts Museum. In 2017 is door Anne Leussink en Wyke Sybesma (conservator alhier) een publicatie over de bijzondere reis gemaakt, in opdracht van de Linschoten-Vereening. Het is voor het eerst dat het reisverslag en de tekeningen integraal worden gepubliceerd.

Toerist onderweg

Onderweg maakten ze diverse toeristische uitstapjes, zo maakte ze in Egypte van de gelegenheid gebruik om Cairo en de piramides te bezoeken. Een heel avontuur in de woestijn. Het is voor de Lebrets de eerste én enige keer dat ze buiten Europa komen. ‘Alles is schilderachtig wat men hier aanschouwt’ schrijft Lebret in zijn verslag. Het zijn een totaal andere werelden dan ze gewend zijn. De mensen, cultuur, gebruiken, het eten én de hitte. In Egypte verblijven ze een aantal dagen in Cairo en maken uitstapjes in de stad en naar de piramides en sfinx. Ze worden de piramiden opgehesen en ze gaan ook naar binnen, waar in het diepst van het bouwsel de geleiders het licht doven…. In de havens van Aden en Singapore gaan ze aan wal en maken uitstapjes in de directe omgeving. De terugweg gaat via Triëst en Wenen, waar ze van de gelegenheid gebruik maken om deze laatste stad te bezoeken.

Aankomst landgoed kxedawung

Na 51 dagen reizen kwamen ze eindelijk in Pasuruan aan, waar niemand van hun komst op de hoogte leek te zijn. Gelukkig komt na enige uren wachten dan toch broer Gerrit, hen per rijtuig ophalen. Zij combineerden het familiebezoek met toeristische uitstapjes. Zij maakten dagtochten en meerdaagse reizen vanuit Gerrits landgoed Kedawung te Pasuruan, om de natuur en cultuur van Java te ontdekken. Er werden badplaatsen bezocht met natuurlijke bronnen, indrukwekkende watervallen en idyllische meren. Zoals de bekende bron Blauw Water (Banjoebiroe), die vanwege de verkoeling en – niet in de minste plaats – de vermakelijke apenkolonie erg in trek was. De vulkaan Bromo, nog altijd een toeristische trekpleister, werd ook in de negentiende eeuw al veel bezocht. De vulkaan, die in het Tenggergebergte te midden van een zandzee ligt, werd beklommen. Om de rand van de krater makkelijker te kunnen bereiken was er een trap in de berg uitgehakt. Lebret schreef over een ladder met leuning die in ellendige staat verkeerde. Daarnaast waren de broers getuige van culturele festiviteiten, zoals komediespelen, nieuwjaarsfeesten en het gamelanspel. Ze hadden ook interesse in handelsondernemingen en bezochten koffie- en theetuinen, een viskwekerij en een gezondheidscentrum.

Terugreis over Java

Al na een maand besloten de Dordtse broers weer de terugreis te aanvaarden. Onder begeleiding van Gerrit en diens vrouw maakten ze gezamenlijk een toer van drie weken over Java om ‘alzoo een geheel overzigt van Java te hebben’. Tijdens deze tocht, die drie weken duurde, bezocht het reisgezelschap allerlei bezienswaardigheden en natuurschoon. Een speciale omweg werd gemaakt voor de beroemdste Boeddhistische tempel: de Borobudur. Deze tempel, herontdekt in 1814, was grotendeels bedolven geraakt met as en begroeiing en werd tussen 1817 en 1822 blootgelegd. De Borobudur werd al snel een toeristisch hoogtepunt, dat door ‘den Europeeschen bezoeker met verbazing over de grootschheid der conceptie en de schoonheid der uitvoering’werd bekeken. De daguerreotypieën die door Adolf Schaefer in opdracht van het Ministerie van Koloniën in 1844 gemaakt werden, hebben hieraan zeker bijgedragen. Hier is geen tekening van, maar wel van de beelden in een kleinere tempel Mendoet.

Lebret heeft ook een tijger getekend, overigens zien ze dit dier alleen maar in gevangenschap. In Pekalongan bezoeken ze een gevangenis, een vaker voorkomend uitje in de 19deeeuw.

Op 30 april vertrok de boot uit de stad Batavia, en op 15 juni 1863 kwamen ze na vijf maanden van huis geweest te zijn weer in Dordrecht.

Op reis met Simon

Wilt u meer ontdekken over reizen in de 19de eeuw? Simon van Gijn en zijn vrouw maakten vele reizen. Ook hield hij hier vaak een reisverslag van bij. Vindt dit en nog veel meer in Op reis met Van Gijn.

Sluit het Verborgen Museum