Molen met gezicht op Delft

1836, door Antonie Waldorp

Gegevens van dit kunstwerk

  • Creditline Dordrechts Museum, legaat 1906

Specificaties van dit kunstwerk

  • Inventarisnummer DM/906/365

Betere tijden

De figuurtjes zijn 17de-eeuws gekleed. Een verwijzing naar de Gouden Eeuw, de glorietijd van Nederland. Dit teruggrijpen op gouden tijden past in een periode die zelf wat minder glorieus was: Nederland was aan het begin van de 19de eeuw berooid achtergebleven na eindeloze Napoleontische oorlogen, met een tot nul gereduceerde internationale handel. Trots op het verleden gaf hoop voor de toekomst.

Hoge prijzen

Waldorps schilderijen brachten hoge prijzen op. Koning Willem II had werk van hem, onder andere een zeegezicht waar hij 2.500 gulden voor betaalde, ook voor die tijd een aanzienlijk bedrag. Aan de koning van Pruisen verkocht Waldorp een doek voor 4000 gulden. Ook in de Brusselse kunsthandel deed zijn werk het goed. Zijn successen leverden hem zelfs Koninklijke onderscheidingen op, in Nederland en België.

‘Prenterig’

De levendige verdeling van licht en donker, de lenigheid van het schilderen in het licht en een wel overlegde compositie zijn te waarderen’, schreef de critica juffrouw G. Marius over Waldorp. Maar kritiek had ze ook, op zijn wat ‘stroperige’ schildertrant en het iets te ‘geaffecteerd’ en ‘prenterig’ schilderen in de schaduw. Had ze gelijk?

Naar Frankrijk

Opvallende kleuren en sterke contrasten zijn kenmerkend voor Waldorp. De nadruk ligt bij hem meestal ook meer op het geheel dan op de details. Waldorp nam die ‘on-Hollandse’, tamelijk gedurfde manier van schilderen over van Franse voorbeelden. Samen met zijn schildersvriend Wijnand Nuyen reisde hij in 1833 naar Frankrijk om daar het werk van romantische kunstenaars, dat ze kenden van reproducties, met eigen ogen te zien.

Stellingmolen

De Groenmolen, een stellingmolen gebouwd in 1733 domineert dit Delftse stadsportret. In de 19de eeuw was de molen ongetwijfeld nog volop in bedrijf als koren-, olie- en moutmolen. Zoals in de meeste steden zijn er in Delft nauwelijks molens bewaard gebleven. Met de industrialisatie verloren ze hun functie en werden gesloopt. De Groenmolen ging in 1923 tegen de vlakte.

Sluit het Verborgen Museum