Bomschuit met sleeppaarden

1876, door Anton Mauve

Gegevens van dit kunstwerk

  • Creditline Dordrechts Museum, legaat 1949

Specificaties van dit kunstwerk

  • Inventarisnummer DM/949/411

Schepen en schapen

In 1874 vestigt Mauve zich in Den Haag. In zijn zomeratelier in Dekkersduinen, vlakbij Den Haag schildert hij herders en herderinnen die hun schapen laten grazen onder jonge boompjes. Hij verhuist in 1885 naar Laren, waar hij al eerder werkte. Daar worden schapen zijn hoofdmotief en krijgt hij de kans om ze in verschillende jaargetijden te bestuderen. ‘Niemand heeft zoo het karakter van de schapen gegeven, het ensemble, de lijn der groepeeringen, het breede en het ranke in hals en kop’, aldus zijn leerling Zilcken.

De Haagse School

Vanuit Den Haag gaat een ‘nieuwe ultra-radikale beweging in de schilderschool uit, zodat we in dezen zin gerust van een “Haagsche School” zouden kunnen spreken’. Aldus J.J. van Santen Kolff in De Banier in 1875. Het streven van de schilders is ‘een nieuwe wijze van zien en opmerken (…) met meer bewustzijn dan wellicht ooit te voren tot de natuur zelve’.

Bomschuiten

Net als zijn collega’s van de Haagse School schildert Mauve ook het vissersleven. In Scheveningen, dat dan nog geen haven heeft, vissen de families al generaties lang met hun bomschuiten op platvissen en haring. De ‘bommen’ laten ze droogvallen op het strand waarna ze met karren de vis en de netten lossen. Van het najaar tot de lente liggen de bomschuiten hoog op het strand. Voor het verslepen gebruiken de vissers drie of vier spannen paarden die het gevaarte over houten planken en ronde palen in beweging moeten brengen.

Sluit het Verborgen Museum