Petrus van Schendel

21-04-1806 (Terheijden)  -  28-12-1870 (Brussel)

Hij was de zoon van Gijsbertus van Schendel en Geertruida Brox. Na de dood van zijn vader verhuisde het gezin naar Breda. Op aanraden van een gepensioneerd legerofficier, die onder de indruk was van zijn talent, stuurde zijn vader hem naar de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten waar hij van 1822 tot 1828 een kunstopleiding volgde bij de historieschilder Mattheus Ignatius van Bree. In 1828 kreeg hij er een gouden medaille voor “doorzichtkunde” (perspectief).

Zijn werk

Naast portretten, landschappen en zeegezichten, schilderde hij vooral bijbelse taferelen en genretaferelen. Met uitzondering van zijn allervroegste werk (1827-28) zijn het doorgaans nocturnes met maanlicht of kunstmatige lichteffecten bij kaarslicht of het licht van een toorts of een olielampje. Die genrestukken zijn vooral markttaferelen en interieurs bij kaarslicht (winkels, klaslokalen, werkplaatsen…), soms ook door de maan beschenen landschappen en marines. Dit was een zeer gewaardeerd genre dat hem, zowel in het binnenland als in het buitenland, roem verschafte.

 

 

 

Sluit het Verborgen Museum