Coen van Oven

21-09-1883 (Dordrecht)  -  04-05-1963 (Amsterdam)

Conrad Theodor (“Coen”) van Oven werd op 21 september 1883 in Dordrecht geboren. Toen Coen zestien jaar was en de H.B.S. had voltooid, gaf hij te kennen dat hij kunstschilder wilde worden. Of zijn ouders blij waren met dit voornemen van hun jongste zoon valt te betwijfelen. Vader Van Oven vroeg advies aan een van zijn oud-leerlingen, de bekende, in Bussum wonende kunstschilder Jan Veth (1864-1925). Veth antwoordde in een brief van 24 juni 1900 dat hij “omtrent de loopbaan van den kunstenaar bijzonder pessimist” was en schreef verder:

Ik weet niet of het u bevreemden zal, maar tot de dingen waarop ik een beetje trots ben, behoort het feit dat ik twee of drie jongelieden die het plan hadden zich aan de schilderkunst te wijden van hun voornemen heb mogen afbrengen.

Het mocht niet baten. Coen liet zich niet van zijn voornemen afbrengen en heeft zelfs gedurende drie achtereenvolgende winters (1900-1903) als leerling van Jan Veth gewerkt in diens atelier in Bussum.

Van Oven bezocht nadien de Tekenakademie te Antwerpen (1903-1904), de Tekenakademie te Brussel (1904-1905) en was vervolgens (1905-1906) leerling van de Dordtse schilder Roland Larij (1855-1932). In de jaren 1906-1908 verbleef hij in Berlijn, waar hij les kreeg van Adolf Meijer. Na het verblijf in Berlijn keerde hij terug naar Dordrecht waar hij tot eind 1913 werkte.

Eind 1913 verliet Van Oven Dordrecht en vestigde hij zich te Amsterdam, waar hij aanvankelijk in de Watergraafsmeer en later op verschillende andere adressen atelier heeft gehouden. In de maand juni van het jaar 1914 nam Van Oven afscheid van zijn geboortestad met een tentoonstelling in de zaal van het Teekengenootschap Pictura in Dordrecht. Maar ook nadien heeft hij nog diverse opdrachten uit Dordrecht gekregen.

Werken van Coen van Oven in bezit van het Dordrechts Museum:

Laden...
Sluit het Verborgen Museum