Geschiedenis van het gebouw

Het Dordrechts Museum, opgericht in 1842, is een van de oudste musea van Nederland. Ruim een halve eeuw was het gevestigd in de Boterbeurs aan de Wijnstraat. De snelle groei van de collectie was de reden voor verhuizing naar een ruimer onderkomen. In 1904 nam het museum zijn intrek in een voormalig gesticht voor psychiatrische patiënten aan de Lindengracht, de latere Museumstraat.

Museumzaal in de Boterbeurs, 1898

Dordrechts Museum, 1904

Het is een plek met geschiedenis. In de Middeleeuwen stond hier een klooster, later – in de zeventiende eeuw − was er een weeshuis en pesthuis gevestigd. De verbouwing van gesticht tot museum stond onder leiding van de Dordtse architect Bernard van Bilderbeek. Hij ontwierp onder meer de entree in de tuin. Bij de opening in 1904 zei Simon van Gijn, voorzitter van de Vereniging Dordrechts Museum, dat het nieuwe museum ‘voor geen ander, zelfs voor geen oorspronkelijk tot Museum bestemd gebouw, in ons land behoeft onder te doen’. Van Gijn roemde het goede licht en de ‘doelmatige afmeting en verdeeling der lokalen’. Naast tentoonstellingszalen had het museum woon- en werkruimte voor de directeur en een bestuurskamer. Aan garderobes, een winkel of museumcafé dacht in die tijd nog niemand.

Uitbreiding in de jaren zeventig

Een kleine 25 jaar later bleek de collectie door aankopen, legaten en schenkingen alweer zo gegroeid dat het museum opnieuw uit zijn jas groeide. Toch zou het nog tot in de jaren zeventig duren voor de gewenste uitbreiding, naar ontwerp van Walter Nikkels, kon worden gerealiseerd. Twee aangrenzende gebouwen werden bij het museum getrokken. Een kwartronde serre vormde de verbinding tussen de oude en de nieuwe vleugel. Er kwam een tentoonstellingsruimte voor moderne kunst, een depot en een filmzaal. De ingang van het museum werd verplaatst en kwam direct aan de Museumstraat. Aan de tuinzijde kwam een klein café met terras. Naar het museum ging je niet meer alleen voor een tentoonstelling, maar ook voor een lezing, film of concert. Mét een kop koffie.

Het nieuwe Dordrechts Museum

Musea hebben zich sinds die tijd in hoog tempo verder ontwikkeld. Vandaag de dag is het museum een plek waar mensen komen om te kijken, te leren, elkaar te ontmoeten en om te ontspannen. Educatieve programma’s voor alle leeftijden, een aantrekkelijke winkel en een goed restaurant horen er als vanzelfsprekend bij. Om aan al die eisen te kunnen voldoen, is het Dordrechts Museum in de periode 2008-2010 ingrijpender dan ooit verbouwd. Er kwam meer ruimte voor de kunst – een permanente collectiepresentatie en een aparte vleugel voor tijdelijke tentoonstellingen – maar vooral ook voor het publiek. Het nieuwe Dordrechts Museum was een samenwerkingsproject van architect Dirk Jan Postel van het Rotterdamse bureau Kraaijvanger Urbis en de interieurarchitecten van het Amsterdamse bureau Merkx + Girod. Michael van Gessel maakte het tuinontwerp.

Sinds 2010 kom je het museum weer binnen door de tuin, net als in 1904. Daarmee is de tuin met zijn eeuwenoude platanen een wezenlijk onderdeel van het museumbezoek geworden. Een nieuwe serre en een glazen entree werden toegevoegd, zodat de oorspronkelijke gevels zichtbaar bleven. Vanuit de serre geniet je van de tuin én van het historische gebouw. Want juist in dit deel van het museum bevindt zich het oudste, nog middeleeuwse stukje metselwerk.

DirkJan Postel, artist impression nieuwe Dordrechts Museum

Oude gevel met nieuwe serre

Licht en ruimte

Licht, ruimte en lange zichtlijnen zijn kenmerkend voor het ontwerp van Postel. Op de begane grond bijvoorbeeld werden alle doorgangen tussen de opeenvolgende zalen naar één kant gebracht. Dat geeft niet alleen een rustige aanblik maar ook een gevoel van ruimte. In het hele museumcomplex vormen de ruimtes een doorlopend circuit, nergens loopt de route dood.

De nieuwe vleugel voor tijdelijke tentoonstellingen staat als aparte eenheid naast het bestaande gebouw, maar is er vloeiend mee verbonden. De ruimte tussen het oude en het nieuwe gedeelte is overkapt met een glazen dak, waardoor het daglicht binnenstroomt.

Schefferzaal. Foto Sophie Kugel bij De hemelse en aardse liefde van Ary Scheffer.

Interieur

De interieurarchitecten lieten zich inspireren door de kwaliteiten van het monumentale oude gebouw, de nieuwbouw en de collectie. Het resulteerde in een hedendaags ontwerp met respect voor het monument. En met verrassende accenten, zoals de zaal met werken van societyschilder Ary Scheffer, die in de tijd van de romantiek furore maakte in Parijs. De sfeer van Parijse salons uit de negentiende eeuw wordt hier opgeroepen door een wandbekleding van warm rood velours. Geen namaak negentiende-eeuws, maar fluweelzacht behang van de hedendaagse Engelse ontwerper Nigel Atkinson.

Jewel boxes

De opvallendste meubels in de museumzalen zijn ongetwijfeld de ‘jewel boxes’: kastjes op hoge poten, speciaal voor tekeningen en prenten. Kunst op papier is te kwetsbaar om langdurig in daglicht te tonen, daarom worden de bladen gepresenteerd in (donkere) laden die de bezoekers zelf kunnen openen. De ladekasten zijn versierd met citaten uit de collectie: details van schilderijen of tekeningen, vertaald in reliëf. Evelyne Merkx koos hiervoor het materiaal corian, dat bij uitstek geschikt is om in te frezen en graveren. De meubels kregen stuk voor stuk een eigen decoratie, passend bij de zaal waar ze horen. Elk kunstkastje is uniek.

Jewel box

Het Dordrechts Museum in zijn huidige vorm is ruim vier keer zo groot als in 1904. Vanaf de straat gezien is er in al die jaren niet veel veranderd: de monumentale gevel en bomen bleven bewaard. Gebouw en tuin vormen een ontmoetingsplek middenin historisch Dordrecht, waar – in ‘normale’ tijden − de deuren zes dagen per week wijd open staan voor iedereen.

Welkom!

Sluit het Verborgen Museum