Verdieping
Rond een tinnen schaal met perziken zijn andere soorten fruit uitgestald. Een zorgvuldig gearrangeerd geheel, dat wordt verlevendigd door de insecten die hier en daar tussen de vruchten te zien zijn. Het schilderij is waarschijnlijk in de periode 1640-1645 ontstaan. De tinnen schotel en het gedempte kleurgebruik wijzen op de invloed van bekende stillevenschilders uit Haarlem, zoals Willem Claesz. Heda (1599-1680/82) en Pieter Claesz. (1597/98-1661).
Ook Van der Ast had er last van: hij vulde het hele tafelblad op met zijn fruit. Om te zorgen dat de achtergrond niet te leeg lijkt, schilderde hij daar zelfs nog een tak.
Dit schilderij werd in 1958 aan het museum geschonken. In die tijd was Laurens Jan Bol directeur. Hij besteedde regelmatig aandacht aan kleine, vergeten meesters van de Hollandse Gouden Eeuw en aan niet-Dordtse kunstenaars. Zoals Van der Ast en Adriaan Coorte.
Van der Ast had een beroemde zwager: zijn zus was getrouwd met Ambrosius Bosschaert, een van de pioniers van de stillevenkunst . Na de dood van zijn vader, een rijke koopman, trok Van Ast bij zijn zus en zwager in. Ambrosius was de vader van Johannes Bosschaert, van wie een stilleven in deze zaal hangt.
Zit daar nou een beestje tussen de vruchten? Dat wil de schilder zijn publiek graag laten geloven natuurlijk, al is het maar één moment. De insecten verlevendigen dit verder zo zorgvuldig gearrangeerde geheel. De druiven liggen hier ook niet voor niets: sinds de antieke anekdote van Zeuxis en Parrhasios (zie zelfportret Bisschop in deze zaal) was het schilderen van druiven een extra uitdaging geworden.
Opinie
Er zijn nog geen
vragen gesteld
wat vind jij van dit kunstwerk?



